The Name Change Initiative

Het rommelt in kunstenland en dit keer heeft het eens niet – direct – met de financiering te maken. De oorzaak zit dichter aan tegen een ander fenomeen dat zich jaarlijks voordoet, met name in (sociale) media: de zwarte-pieten-discussie. Nederlandse kunstinstellingen zijn namelijk, net als veel Nederlanders, bezig met het opnieuw bekijken van hun erfgoed. Het gaat bijvoorbeeld om collecties die zij beheren of kunstenaars die zij vertegenwoordigen of een podium geven. Of, zoals in het geval van Witte de With in Rotterdam, over de naam die zij dragen.

Het gaat over de de-kolonisering van de Nederlandse kunst en cultuur: de realisatie dat onze kunstwerken en de presentatie ervan voortkomen uit één specifieke blik op de geschiedenis, terwijl er veel meer perspectieven mogelijk zijn. Het Rijksmuseum en het Amsterdam Museum zijn er groot mee in het nieuws gekomen. De eerste omdat het kunstwerken gaat voorzien van contextuele uitleg en een tentoonstelling organiseert over het slavernijverleden van Nederland. Veel van de kunst in het Rijksmuseum komt voort uit de welvaart die Nederland verkreeg van de uitbuiting van andere mensen. Het Amsterdam Museum doet de term ‘Gouden Eeuw’ in de ban om plaats te maken voor een blik op de 17e eeuw die misschien iets minder rooskleurig was voor degenen die niet tot de elite behoorden. Vooral op die laatste beslissing is veel commentaar gekomen en het gesprek is nog niet voorbij.

In oktober werd ik benaderd door het Witte de With Centrum voor Hedendaagse Kunst in Rotterdam of ik een tekst voor de website wilde vertalen van Engels naar Nederlands. Het is interessante materie omdat je op hun website kunt volgen hoe het proces verloopt om een nieuwe naam te vinden voor het centrum. Marineofficier Witte de With is, met zijn koloniaal en meedogenloos verleden, nu eenmaal niet erg geschikt als naamgever voor een kunstinstelling die voor iedereen relevant wil zijn.

Lees de vertaalde tekst op de website van Witte de With hier.

Meer over Witte de With, de zeevaarder, hier.

ARCHIEF: Deaf Gain

Morgen vertrek ik naar Siena, Italië, om een training te verzorgen binnen het project Deaf Enterprise. Zoals de naam al doet vermoeden is het project gericht op het ontwikkelen van ondernemerschap bij dove mensen: entrepreneurial skills zoals dat heet. Dit onderwerp hebben we bij Roots & Routes vaker bij de hand gehad maar dan voor jongvolwassenen in dans, muziek en media. De dove doelgroep is een nieuwe voor mij en biedt hele nieuwe uitdagingen.

Maar daar had ik het eerder al over.

Bij het ontwerpen van de training heb ik input gekregen van de andere projectpartners uit Nederland, Engeland, Denemarken en Italië. Zij zijn meer thuis in scholing aan doven. Een van de ‘ontdekkingen’ die ik tijdens dit proces (voor mezelf) deed, was deaf gain.

Wat is deaf gain? Het begon bij een kunstenaar die zijn gehoor verloor. Onmiddellijk kwam er medische aandacht aan te pas maar zijn gehoorverlies was onomkeerbaar. En toen kwam de kunstenaar erachter: iedereen had het erover dat hij zijn gehoor verloor – maar niemand vertelde hem dat hij zijn doofheid kreeg. Hieruit* is het concept ‘deaf gain’ ontstaan: het idee dat de wereld iets te winnen heeft bij het bestaan van dove mensen. Om een voorbeeld te noemen**: zonder doven geen gebarentaal en gebarentaal heeft ons veel geleerd over taalontwikkeling. Immers, lange tijd werd taal gekoppeld aan hoorbare klanken maar blijkbaar heeft een mens dat niet nodig om taalvaardigheid te ontwikkelen. Interessant, toch?

Op meer persoonlijk gebied kan deaf gain grote invloed hebben op de persoonlijke ontwikkeling van dove jongvolwassenen die een plek moeten verwerven in de (werkende) maatschappij. Werkloosheid is relatief gigantisch hoog onder dove jongeren, o.a. door een grote afstand die de jongeren voelen ten opzichte van niet-dove mensen. Hopelijk kan de training door de Deaf Enterprise trainers hier iets aan doen.

*Dit is natuurlijk anecdotisch, ik weet niet de precieze historie en voorgangers van deze man. Ik ken het concept nog maar net!
**En dit is echt maar een voorbeeld en ook nog het meest voor de hand liggende.

 

ARCHIEF: Divers

Momenteel bestaat mijn werk uit andere dingen dan tekst en redactie. Dat heb je met freelancen: kansen komen op je pad en die grijp je. Ik heb nu behalve de training voor Deaf Enterprise ook een rol in Mind Ur Step, waar ik vorige week over schreef. Beide projecten die met diversiteit en inclusiviteit te maken hebben: het creëren van een (culturele) samenleving waarin iedereen een plek heeft. Omdat ik al een tijdje verkeer in het circuit van organisaties en personen die zich met deze materie bezighouden, ben ik inmiddels goed bekend met het gesprek dat hier plaatsvindt. Al een tijdje = nu 18 jaar, bijna 19. En na al die tijd is me vooral één ding opgevallen: een ding dat een weerspiegeling is van de maatschappij waarin we leven.

Als we praten over diversiteit, hebben we het bijna alleen over ‘wij’ in exclusieve zin.

We hebben het over wat ‘wij’ moeten doen om ‘hen’ te bereiken of te betrekken. ‘Wij’ hebben een rol daarin, of het is ‘hun’ eigen verantwoordelijkheid, of ‘wij’ zouden ‘hen’ een stem moeten ‘geven’. ‘Wij’ begrijpen ‘hen’ niet en/of ‘zij’ begrijpen ‘ons’ niet. We zouden van ‘elkaar’ kunnen leren.
Deze taal is gek.

Waarom vragen we niet: Hoe bereiken wij meer van ons?

Waarom zijn er niet meer van ons betrokken bij een project? Waarom hebben niet meer van ons een actieve rol in cultuurparticipatie? Waarom komen niet meer van ons aan het woord? We zitten tenslotte allemaal in hetzelfde schuitje: deze samenleving.

Het is maar taal maar taal vormt onze werkelijkheid.

Trickster doet tekst en redactie, vooral voor de cultuursector
maar ook daarbuiten. Neem contact op voor meer info.
Schrijf je hier rechts –> in om wekelijks de blog te ontvangen.

ARCHIEF: Interviews

Op woensdag 15 november is er in het Maas theater in Rotterdam een debat over urban dance in theaters. Het is de kick-off van een internationaal samenwerkingsproject waarvan Roots & Routes projectleider is. (Meer info hier.) Ik ben gevraagd om voor dit project een onderzoek te doen naar hoe enerzijds urban dansers en makers, en anderzijds theaterprogrammeurs en beleidsmakers naar elkaar kijken. Wat zijn de opvattingen over elkaar? Kloppen deze? Hoe verandert dit in de loop van het project?

Tijdens de audities is er een aantal interviews met dansers afgenomen. De dansers kwamen uit Nederland, Duitsland en België. Het leverde een aantal interessante citaten op.

Over waarom er zo weinig urban dance op reguliere podia te zien is:

‘Many people they don’t even know there are theatrical hiphop shows. So sometimes they’re afraid to just see some people turning around on their heads and that’s it. But we can do more.’ 

De houding ten opzichte van andere dansstijlen:

‘If I had the chance I would probably even go to ballet, you know, because I respect that as well. It’s like really hard and really beautiful, so, very interesting for me.’

Hoe dansers hun eigen positie zien in het culturele landschap:

‘I think especially nowadays there is no way around urban dance anymore. (…) it’s such a huge culture, there’s such a huge impact, there’s a whole industry behind it and it would be turning a blind eye actually to ignore it, right?’

En ook: als er gevraagd wordt hoe de theaterwereld volgens hen georganiseerd is:

‘I have to say, I don’t have any idea about this. I don’t think… I never thought about this actually.’ 

Ik ben benieuwd naar het debat.

Foto door Saira Awan

ARCHIEF: Schrankmechanisme

Mijn werk bestaat vooral uit schrijven, redigeren en onderzoeken. Soms komt er vertaalwerk voorbij. Ik doe dat met veel plezier. Het zijn geen literaire werken want dat is een specialisme dat ik niet beheers, maar meestal beleidsmatige en pr-teksten. Vorige week nam een oude vriend, Alex, contact met me op, of ik hem kon helpen. Hij had een vertaling nodig voor een bedrijfje dat muziekaccessoires ontwikkelt. Het bedrijf brengt onder andere een capo uit. Dat is zo’n ding voor op de hals van je gitaar om de toonsoort te verhogen. Een klem, maar dan fancy. Het innovatieve van hun capo, meldde het bedrijf trots, was het gebruik van een schrankmechanisme.

Een wat?

Vertalen vind ik leuk werk maar het helpt natuurlijk wel als je de betekenis kent in de brontaal, in dit geval Nederlands. Ook in het Nederlands heb ik geen idee wat een ‘schrankmechanisme’ is, laat staan dat ik een goede vertaling weet. Een levendige discussie ontstond tussen Alex en mij met voorbeelden en afbeeldingen uit de krochten van het internet. Er kwamen vorkheftrucks voorbij en boekenplanken, schematische afbeeldingen en uitgebreide beschrijvingen. Gezien de aard van het beestje kwam ik uiteindelijk uit op ‘tilt clamp mechanism’. Alex opperde uiteindelijk nog ‘oblique clamp’. We hebben het voorgelegd aan de opdrachtgever. Ik ben benieuwd wat het is geworden.

Voor de nerds onder ons: dit is een schrankmechanisme:

schrank

PS Op de ‘featured image’ een poor man’s capo.