Hoe een aanvraag gelezen wordt

Sinds enige tijd werk ik voor een cultuurfonds. Ik help de stafmedewerker bij het schrijven van de beoordelingen van de fondsenaanvragen die binnenkomen. Omdat het natuurlijk niet netjes – of toegestaan! – is om op specifieke aanvragen of inhoudelijke zaken in te gaan, geef ik daarover géén commentaar. Wat ik wel kan doen, is aangeven hoe een aanvraag bij een cultuurfonds wordt ontvangen en gelezen. Ik hoop dat deze informatie van nut is voor lezers die een aanvraag (willen) voorbereiden om in te dienen bij een cultuurfonds. Een aantal tips lijken open deuren maar het zal je verbazen hoe vaak het misgaat, ook bij ervaren aanvragers.

Eerst even dit: waar aanvragen?

Eerst even dit: hoewel er algemene aspecten zijn aan het proces – en die zal ik hieronder beschrijven – verloopt de daadwerkelijke beoordeling van fondsenaanvragen per fonds anders. Er zijn verschillende systemen en procedures voor de behandeling van een aanvraag; zo gebruikt het ene fonds bijvoorbeeld externe adviseurs, het andere niet. Van belang zijn vooral de thema’s en beoordelingscriteria zijn die een fonds hanteert.

Ga van tevoren na of jouw plan past bij het fonds waar je wilt aanvragen. Je moet het zo zien: om vis te bestellen, moet je niet bij de groenteboer zijn. Loop even een paar deuren verder, dan heb je meer succes.

Dat een fonds dat je op het oog hebt bepaalde thema’s belangrijk vindt of specifieke inhoudelijke criteria hanteert, wil overigens niet zeggen dat jij jouw plan daarnaar moet voegen. Liever niet zelfs, vaak prikt een fonds daar dwars doorheen en sta je met lege handen – of je krijgt financiering voor iets waar je zelf niet achter staat.

Schrijf niet naar een fonds toe maar blijf trouw aan je eigen visie, ambities en plannen. Dat je bij de slager voor de deur staat, wil niet zeggen dat je geen vegetariër meer kan zijn.

Formele check

De eerste check die ieder fonds doet, is de formele: klopt de rechtsvorm, heb je de aanvraagtermijn in acht genomen, is de begroting niet te groot of te klein, zitten alle benodigde documenten bij de aanvraag, enzovoort. Deze criteria hebben niets met de inhoud van je plannen te maken. Vaak wordt dit gecheckt door iemand die het plan verder helemaal niet leest.

Neem de formele criteria in acht anders wordt jouw aanvraag afgewezen al voordat iemand naar je fantastische idee heeft gekeken.

Toelichting

Soms vraagt het fonds om aanvullende informatie of toelichting. Niet alle fondsen doen dit maar soms heb je geluk. Dit gebeurt doorgaans vóórdat het plan serieus wordt gelezen. Let op: een vraag om meer informatie betekent geen toezegging of voorrang!

Stuur alle gevraagde informatie zo snel mogelijk na. Wacht daar niet mee, je houdt je eigen beoordelingsproces op. Als je niet zeker weet wat het fonds precies van je nodig heeft, bel of mail en vraag het!

Wie ziet jouw plan?

Je plan wordt soms alleen door een fondsenmedewerker gelezen en soms door meerdere personen van een commissie of bestuur. Wie de commissie- of bestuursleden zijn, staat als het goed is ook op de website, al weet je nooit zeker wie het daadwerkelijk gaat lezen want vaak wordt er een selectie gemaakt. Soms zit er een bekende in de commissie – grote kans dat diegene zich dan niet uitspreken over jouw aanvraag aan het fonds. Diegene zal dan ook terughoudend (moeten) zijn aangaande advies aan jou over je aanvraag.

Maak je niet te druk om wie jouw plan gaan lezen. Dit is alleen relevant om in te schatten hoeveel kennis de lezer(s) van jouw materie heeft/hebben.

Criteria

De criteria waar ik het eerder over had, worden als leidraad genomen bij het lezen. Je kunt de criteria zien als een checklist: van artistieke invulling tot haalbaarheid van de begroting. Iedere lezer heeft eigen expertise maar het plan wordt als geheel gelezen; met krachtige inhoud maar slordige uitvoering heb je nog steeds geen goed project of goede productie – en vice versa.

Overtuig de lezer(s) van alle aspecten van jouw plan: inhoud en vakmanschap zijn het belangrijkst maar ook uitvoering en organisatie zijn van belang. Gebruik eventueel een checklist om zeker te zijn dat je alle aspecten hebt beschreven.

Als er zoveel in het plan moet, is het verleidelijk om er een lange tekst van te maken. Besef wel dat jouw plan niet het enige is die het fonds moet lezen en behandelen dus houd je betoog helder en to the point: concrete plannen met een goede onderbouwing zijn het meest overtuigend. Less is in dit geval niet altijd more, maar Too much is definitely less.

Check van tevoren of jouw betoog begrijpelijk en overtuigend is voor iemand die het voor het eerst leest. Leg het bijvoorbeeld voor aan een bevriende collega of oud-medestudent. Laat haar/hem scherpe vragen stellen en zorg dat je een goed antwoord hebt.

Geduld

Op de website van een fonds staat – als het goed is – wanneer je ongeveer antwoord kunt verwachten. Dat is dus pas het moment dat je contact kunt opnemen met het fonds. Bel niet van tevoren of ze al iets weten. Een fondsenmedewerker doet geen mededelingen zonder dat er een formeel besluit is genomen; dat is vragen om – juridische – problemen.

Blijf vriendelijk tegen de medewerkers van een fonds. Niet alleen zijn het gewoon mensen die vriendelijk behandeld dienen te worden. Zij beslissen over jouw project en kunnen je ook behulpzaam zijn bij verdere aanvragen in de toekomst. Bedenk bovendien dat zij er niets aan kunnen doen als jouw plan niet voldoet aan de eisen, er andere prioriteiten gelden, enzovoort. Zij beslissen ook niet over het totale beschikbare budget bij het fonds: als het op is, is het op.

Feedback

Toekenning of afwijzing, beide moeten worden onderbouwd door het fonds. In de brief die je krijgt, staan de overwegingen die hebben geleid tot het uiteindelijke besluit. Als het goed is, herken je hierin de criteria die het fonds hanteert.

Neem de feedback uit de brief ter harte. Gebruik opmerkingen als aandachts- en verbeterpunten voor je plan of toekomstige aanvragen. Oók als je beoordeling positief is.

Succes!

The Name Change Initiative

Het rommelt in kunstenland en dit keer heeft het eens niet – direct – met de financiering te maken. De oorzaak zit dichter aan tegen een ander fenomeen dat zich jaarlijks voordoet, met name in (sociale) media: de zwarte-pieten-discussie. Nederlandse kunstinstellingen zijn namelijk, net als veel Nederlanders, bezig met het opnieuw bekijken van hun erfgoed. Het gaat bijvoorbeeld om collecties die zij beheren of kunstenaars die zij vertegenwoordigen of een podium geven. Of, zoals in het geval van Witte de With in Rotterdam, over de naam die zij dragen.

Het gaat over de de-kolonisering van de Nederlandse kunst en cultuur: de realisatie dat onze kunstwerken en de presentatie ervan voortkomen uit één specifieke blik op de geschiedenis, terwijl er veel meer perspectieven mogelijk zijn. Het Rijksmuseum en het Amsterdam Museum zijn er groot mee in het nieuws gekomen. De eerste omdat het kunstwerken gaat voorzien van contextuele uitleg en een tentoonstelling organiseert over het slavernijverleden van Nederland. Veel van de kunst in het Rijksmuseum komt voort uit de welvaart die Nederland verkreeg van de uitbuiting van andere mensen. Het Amsterdam Museum doet de term ‘Gouden Eeuw’ in de ban om plaats te maken voor een blik op de 17e eeuw die misschien iets minder rooskleurig was voor degenen die niet tot de elite behoorden. Vooral op die laatste beslissing is veel commentaar gekomen en het gesprek is nog niet voorbij.

In oktober werd ik benaderd door het Witte de With Centrum voor Hedendaagse Kunst in Rotterdam of ik een tekst voor de website wilde vertalen van Engels naar Nederlands. Het is interessante materie omdat je op hun website kunt volgen hoe het proces verloopt om een nieuwe naam te vinden voor het centrum. Marineofficier Witte de With is, met zijn koloniaal en meedogenloos verleden, nu eenmaal niet erg geschikt als naamgever voor een kunstinstelling die voor iedereen relevant wil zijn.

Lees de vertaalde tekst op de website van Witte de With hier.

Meer over Witte de With, de zeevaarder, hier.

ARCHIEF: Deaf Gain

Morgen vertrek ik naar Siena, Italië, om een training te verzorgen binnen het project Deaf Enterprise. Zoals de naam al doet vermoeden is het project gericht op het ontwikkelen van ondernemerschap bij dove mensen: entrepreneurial skills zoals dat heet. Dit onderwerp hebben we bij Roots & Routes vaker bij de hand gehad maar dan voor jongvolwassenen in dans, muziek en media. De dove doelgroep is een nieuwe voor mij en biedt hele nieuwe uitdagingen.

Maar daar had ik het eerder al over.

Bij het ontwerpen van de training heb ik input gekregen van de andere projectpartners uit Nederland, Engeland, Denemarken en Italië. Zij zijn meer thuis in scholing aan doven. Een van de ‘ontdekkingen’ die ik tijdens dit proces (voor mezelf) deed, was deaf gain.

Wat is deaf gain? Het begon bij een kunstenaar die zijn gehoor verloor. Onmiddellijk kwam er medische aandacht aan te pas maar zijn gehoorverlies was onomkeerbaar. En toen kwam de kunstenaar erachter: iedereen had het erover dat hij zijn gehoor verloor – maar niemand vertelde hem dat hij zijn doofheid kreeg. Hieruit* is het concept ‘deaf gain’ ontstaan: het idee dat de wereld iets te winnen heeft bij het bestaan van dove mensen. Om een voorbeeld te noemen**: zonder doven geen gebarentaal en gebarentaal heeft ons veel geleerd over taalontwikkeling. Immers, lange tijd werd taal gekoppeld aan hoorbare klanken maar blijkbaar heeft een mens dat niet nodig om taalvaardigheid te ontwikkelen. Interessant, toch?

Op meer persoonlijk gebied kan deaf gain grote invloed hebben op de persoonlijke ontwikkeling van dove jongvolwassenen die een plek moeten verwerven in de (werkende) maatschappij. Werkloosheid is relatief gigantisch hoog onder dove jongeren, o.a. door een grote afstand die de jongeren voelen ten opzichte van niet-dove mensen. Hopelijk kan de training door de Deaf Enterprise trainers hier iets aan doen.

*Dit is natuurlijk anecdotisch, ik weet niet de precieze historie en voorgangers van deze man. Ik ken het concept nog maar net!
**En dit is echt maar een voorbeeld en ook nog het meest voor de hand liggende.

 

ARCHIEF: Divers

Momenteel bestaat mijn werk uit andere dingen dan tekst en redactie. Dat heb je met freelancen: kansen komen op je pad en die grijp je. Ik heb nu behalve de training voor Deaf Enterprise ook een rol in Mind Ur Step, waar ik vorige week over schreef. Beide projecten die met diversiteit en inclusiviteit te maken hebben: het creëren van een (culturele) samenleving waarin iedereen een plek heeft. Omdat ik al een tijdje verkeer in het circuit van organisaties en personen die zich met deze materie bezighouden, ben ik inmiddels goed bekend met het gesprek dat hier plaatsvindt. Al een tijdje = nu 18 jaar, bijna 19. En na al die tijd is me vooral één ding opgevallen: een ding dat een weerspiegeling is van de maatschappij waarin we leven.

Als we praten over diversiteit, hebben we het bijna alleen over ‘wij’ in exclusieve zin.

We hebben het over wat ‘wij’ moeten doen om ‘hen’ te bereiken of te betrekken. ‘Wij’ hebben een rol daarin, of het is ‘hun’ eigen verantwoordelijkheid, of ‘wij’ zouden ‘hen’ een stem moeten ‘geven’. ‘Wij’ begrijpen ‘hen’ niet en/of ‘zij’ begrijpen ‘ons’ niet. We zouden van ‘elkaar’ kunnen leren.
Deze taal is gek.

Waarom vragen we niet: Hoe bereiken wij meer van ons?

Waarom zijn er niet meer van ons betrokken bij een project? Waarom hebben niet meer van ons een actieve rol in cultuurparticipatie? Waarom komen niet meer van ons aan het woord? We zitten tenslotte allemaal in hetzelfde schuitje: deze samenleving.

Het is maar taal maar taal vormt onze werkelijkheid.

Trickster doet tekst en redactie, vooral voor de cultuursector
maar ook daarbuiten. Neem contact op voor meer info.
Schrijf je hier rechts –> in om wekelijks de blog te ontvangen.

ARCHIEF: Interviews

Op woensdag 15 november is er in het Maas theater in Rotterdam een debat over urban dance in theaters. Het is de kick-off van een internationaal samenwerkingsproject waarvan Roots & Routes projectleider is. (Meer info hier.) Ik ben gevraagd om voor dit project een onderzoek te doen naar hoe enerzijds urban dansers en makers, en anderzijds theaterprogrammeurs en beleidsmakers naar elkaar kijken. Wat zijn de opvattingen over elkaar? Kloppen deze? Hoe verandert dit in de loop van het project?

Tijdens de audities is er een aantal interviews met dansers afgenomen. De dansers kwamen uit Nederland, Duitsland en België. Het leverde een aantal interessante citaten op.

Over waarom er zo weinig urban dance op reguliere podia te zien is:

‘Many people they don’t even know there are theatrical hiphop shows. So sometimes they’re afraid to just see some people turning around on their heads and that’s it. But we can do more.’ 

De houding ten opzichte van andere dansstijlen:

‘If I had the chance I would probably even go to ballet, you know, because I respect that as well. It’s like really hard and really beautiful, so, very interesting for me.’

Hoe dansers hun eigen positie zien in het culturele landschap:

‘I think especially nowadays there is no way around urban dance anymore. (…) it’s such a huge culture, there’s such a huge impact, there’s a whole industry behind it and it would be turning a blind eye actually to ignore it, right?’

En ook: als er gevraagd wordt hoe de theaterwereld volgens hen georganiseerd is:

‘I have to say, I don’t have any idea about this. I don’t think… I never thought about this actually.’ 

Ik ben benieuwd naar het debat.

Foto door Saira Awan

ARCHIEF: Schrankmechanisme

Mijn werk bestaat vooral uit schrijven, redigeren en onderzoeken. Soms komt er vertaalwerk voorbij. Ik doe dat met veel plezier. Het zijn geen literaire werken want dat is een specialisme dat ik niet beheers, maar meestal beleidsmatige en pr-teksten. Vorige week nam een oude vriend, Alex, contact met me op, of ik hem kon helpen. Hij had een vertaling nodig voor een bedrijfje dat muziekaccessoires ontwikkelt. Het bedrijf brengt onder andere een capo uit. Dat is zo’n ding voor op de hals van je gitaar om de toonsoort te verhogen. Een klem, maar dan fancy. Het innovatieve van hun capo, meldde het bedrijf trots, was het gebruik van een schrankmechanisme.

Een wat?

Vertalen vind ik leuk werk maar het helpt natuurlijk wel als je de betekenis kent in de brontaal, in dit geval Nederlands. Ook in het Nederlands heb ik geen idee wat een ‘schrankmechanisme’ is, laat staan dat ik een goede vertaling weet. Een levendige discussie ontstond tussen Alex en mij met voorbeelden en afbeeldingen uit de krochten van het internet. Er kwamen vorkheftrucks voorbij en boekenplanken, schematische afbeeldingen en uitgebreide beschrijvingen. Gezien de aard van het beestje kwam ik uiteindelijk uit op ‘tilt clamp mechanism’. Alex opperde uiteindelijk nog ‘oblique clamp’. We hebben het voorgelegd aan de opdrachtgever. Ik ben benieuwd wat het is geworden.

Voor de nerds onder ons: dit is een schrankmechanisme:

schrank

PS Op de ‘featured image’ een poor man’s capo.